Zestig jaar lang vinden de gereformeerde gezindten in Eefde en omstreken onderkomen in een eigen kerk. Het Witte Kerkje, ongetwijfeld de mooiste kerk van Eefde. In 1936 wordt ze in gebruik genomen, in 1996 wordt de laatste dienst in het gebouw gehouden. Vier jaar later wordt het afgebroken. Tot verdriet van velen. Alleen de naam Kerklaan herinnert nog aan het markante godshuis.

Het verdwijnen van Het Witte Kerkje betekent niet dat de gereformeerden niet langer ter kerke gaan. Ze zijn ‘Samen op Weg’ gegaan met hun Hervormde geloofsgenoten. In 1996 trekken ze bij hen in in de Ontmoetingskerk in Eefde. Die wordt in 1954 gebouwd voor de Hervormde Gemeente van Eefde. Nu maakt ze deel uit van de Protestante Gemeente Eefde, Epse en Gorssel.

In zekere zin is de cirkel daarmee rond. De bouw van Het Witte Kerkje in 1936 is de apotheose van de Gereformeerde emancipatie die zich al vanaf het midden van de 19de eeuw voltrekt in Nederland. Gereformeerden keren zich juist af van de Nederlands Hervormde Kerk en willen terug naar de verkondiging van het ware Bijbelse woord. In Eefde is er aanvankelijk maar een klein groepje gezinnen dat de overstap maakt naar de Gereformeerde kerk in Zutphen. Maar in het begin van de vorige eeuw groeit de Gereformeerde schare. In 1915 krijgt het kerkbestuur in Zutphen de dringende vraag voorgelegd of het niet tijd wordt voor een zelfstandige Gereformeerde Kerk in Eefde. Het kerkbestuur aarzelt. Inwilliging van de wens betekent een verdere verspreiding van Gods woord, maar ook een behoorlijke financiële aderlating

De Eefdenaren zetten door en krijgen steun van een nieuwe, nog jonge predikant, de latere professor J. Waterink. Eerst komt er in 1919 een evangelisatielokaal in een gebouwtje naast bakker Brummelman. Twintig jaar later is de Gereformeerde gemeente van Eefde-Gorssel officieel een feit en gaat men op zoek naar een eigen predikant. Die draagt zijn steentje bij aan de bouw van een nieuwe kerk. Als de bekende Arnhemse architect Rothuizen bij dominee Ridderbos op de stoep staat met de vraag of hij de kerk mag bouwen, antwoordt Ridderbos slim: ‘Mijnheer, uw auto is te groot en uw naam te bekend voor ons. Het zou wel leuk zijn, maar wij kunnen dat niet betalen.’

 

 

Het Witte Kerkje komt er toch, op 2 oktober 1935 wordt de eerste steen gelegd. Architect Rothuizen, die zijn naam later verandert in het meer passende Rotshuizen, zorgt dat er ook een paar gebrandschilderde ramen in zijn kerkgebouw met dakruiter komen: ‘Geloof, Hoop en Liefde’. Op een luidbel en een orgel moet men nog even wachten.

In zijn editie van 20 maart 1936 doet de Graafschapper verslag van de ingebruikneming van de kerk. ‘Dit nieuwe kerkje op de Boedelhofkamp maakt een aardige indruk. Met zijn roode dak en witte muren ziet het er fleurig uit, en toch ook eenvoudig. Het geheel bestaat uit de consistorie, een vereenigingslokaal en de kerkruimte voor 300 bezoekers’, schrijft de krant.

‘Het interieur maakt ook een welverzorgde indruk. De donkere kleuren, de wijduitloopende preekstoel, de hooge ramen, het schept alles te zamen een statig geheel.’