De mooiste kapel van de Elf Marken staat op een oude zandduin aan de IJssel, onder de rook van Zutphen. Het Huis Rijsselt geldt als het stamhuis van de Van der Cappelens.

De Van der Capellens kerken niet op hun landgoed, dat doen ze in Gorssel. Bij de Gorsselse kerk liggen ze ook begraven. De Kapel op ’t Rijsselt komt er pas in 1862, als de Van der Capellens al uit het zicht zijn verdwenen en het oude landhuis is afgebroken.

Grondlegger van de kapel is de Friese wijnkoopman en weldoener Willem Hendrik Suringar. Met financiële steun van het Koninklijk Huis en een groepje notabelen uit het hele land richt hij in 1851 op het landgoed Rijsselt een protestants opvoedingstehuis op voor jongeren met gedragsproblemen. De grotendeels zelfvoorzienende landbouwkolonie heet de ‘Nederlandse Mettray’, genoemd naar een soortgelijke kolonie in het Franse dorpje Mettray, nabij Tours.

Bij een christelijk opvoedingsinstituut hoort ook een kerk. In 1862 wordt de eerste steen gelegd van de Kapel op ’t Rijsselt. Twee jaar later wordt het neogotische kerkje ingewijd. ‘De heer Suringar hield een treffende toespraak, die door gezang der kweekelingen en der geheele vergadering werd afgewisseld’, doet de krant verslag. De gulle gevers wordt uitgebreid bedankt, alsmede architect Leheman uit Amsterdam  en natuurlijk de heer Naber uit Deventer. Die heeft het ‘fraaije Orgel’ vervaardigd.

De kapel dient voor de geestelijke verzorging van de jongens, maar ook omwonenden wonen er erediensten bij. In september 1944 richt de Duitse Organisation Todt haar kwartier in op het landgoed en worden alle gebouwen ontruimd. Veel blijkt vernield na de bevrijding, ook het mooie orgel. Maar in 1951, als het honderdjarig bestaan wordt gevierd, luiden in Gorssel, Warnsveld en Zutphen de klokken en worden er vijftig kanonschoten afgevuurd.

Op zondagochtend 7 maart 1954 slaat het noodlot toe. Aangewakkerd door een sterke zuidwestelijke wind brandt de kerk grotendeels af. ‘De brandweren uit Gorssel, Warnsveld en Zutphen werden gealarmeerd. Die uit Zutphen behoefde echter geen dienst meer te doen’, schrijft de krant. Ook het nieuwe orgel gaat verloren.

 

‘Zonder kerk kan Mettray haar werk, haar eigenlijke werk, niet verrichten’, staat op 12 maart in een oproep in het Deventer Dagblad. Onder anderen burgemeester Thate van Gorssel, wethouder Koning, predikanten en artsen uit de omliggende dorpen onderschrijven een steunbetuiging. Ook uit Bruinisse komen steunbetuigingen, daar zijn ze niet vergeten hoe jongens van de Mettray met timmeren en schilderen hielpen bij de wederopbouw na de watersnoodramp van 1953.

Het resultaat mag er zijn. Al in de zomer van 1955 staat er een nieuwe kapel, de huidige. Onder grote belangstelling wordt die in gebruik genomen. Dominee Van Voorst Vader zegt dat de kapel ook voor andere doeleinden wordt gebruikt dan het houden van kerkdiensten, maar dat ze beslist geen recreatiezaal is. ‘Hij wees erop dat God niet gebonden is en dat niet alleen in een stemmingsvol gebouw een kerkdienst bijgewoond behoeft te worden.’ Bruinisse schenkt het avondmaalszilver voor de kapel.

In de jaren ’90 gaat Mettray op de schop. Er komen nieuwe zorginstellingen. De kapel raakt in onbruik. Nu organiseert de Stichting Kapel op ’t IJssel er concerten en andere culturele activiteiten.