De kerk van Joppe is de enige Rooms Katholieke kerk op het grondgebied van de voormalige gemeente Gorssel. Wie haar nog in haar volle glorie wil zien, moet misschien haast maken. Want de Onze Lieve Vrouw Tenhemelopnemingskerk in Joppe verkeert in nood. De gelovigen zijn zeer betrokken, maar het zijn er steeds minder. Daarom moet de kerk aan de eredienst worden onttrokken, vindt de parochie in Zutphen.
Het vooruitzicht hangt als een donkere wolk boven de geloofsgemeenschap. Mensen voelen zich verdrietig, in de steek gelaten. En er heerst onzekerheid, zelfs tweespalt over de toekomst van het kerkgebouw. Er ligt een plan op tafel voor horeca en hotelkamers, met behoud van een aparte religieuze ruimte. Maar een groepje tegenstanders roert zich, het wil niets weten van een commerciële toekomst voor de kerk. Want drukte van zulke horeca past niet in de verstilde omgeving, is hun argument.
Een van de oprichters van de Stichting Behoud en Beheer van de Joppekerk is een nazaat van baron Franciscus Ernest Alexander van Hövell tot Westerflier. De baron is nog jong, ongeveer 17 jaar, als hij in 1863 op landgoed Het Joppe komt wonen. Net als zijn moeder en zijn broers is hij diepgelovig katholiek. Hij wil een eigen godshuis vlak in de buurt, niet een kapel maar een echte kerk. In 1866 stemt aartsbisschop Zwijsen in met de bouw van zo’n kerk aan de Joppelaan. Een jaar later wordt de Onze Lieve Vrouw Tenhemelopnemingskerk ingewijd. Joppe komt daarmee in de unieke positie dat het wel een grote kerk heeft, maar zelf niet meer is dan een gehucht. De katholieken stromen uit de wijde omstreken toe. Dichtbij helpt het dat vrijkomende boerderijen op het Joppe worden verpacht aan Rooms Katholieke boeren.
De bouw van de kerk in Joppe past in de hernieuwde katholieke emancipatie in de tweede helft van de negentiende eeuw. Architect is de destijds succesvolle Zutphense kerkbouwer Hendricus Johannes Wennekers die veel kerkgebouwen in neogotische stijl heeft neergezet. In haar herdenkingsboek ‘150 jaar Kerk in Joppe’ schrijft Froukje Holtrop: ‘De Joppekerk werd niet alleen een mooie kerk, geheel in stijl van de neogotiek, dé stijl van de emanciperende katholieken, maar ook een degelijk bouwwerk. Tijdens een restauratie zouden werklieden hebben geklaagd dat alles zo vast zat’.
Al vanaf het begin maakt de kerk indruk. ‘Heel ver naar ’t Westen piekt de slanke toren uit blauwen nevel op’, schrijft Heuvel in zijn Oud-Achterhoeks Boerenleven. In de hal, elke dag open voor gebed en bezinning, hangt een icoon met de beeltenis van Maria. Boven de deuren is een gebrandschilderd raam van een lam op het boek met de zeven zegels. Vanaf het voorportaal kijk je naar het verhoogde priesterkoor met het altaar en het allerheiligste. Links voorin in de kerk staat de biechtstoel die in 1930 werd geplaatst. Aan weerzijde van de witgekalkte muren van het schip zijn de veertien kruiswegstaties afgebeeld in nissen.

In 1992 wordt gestart met een ingrijpende renovatie van de kerk, zowel binnen als buiten. In 1994 wordt besloten tot een officiële inwijding van de kerk en het nieuwe altaar – kennelijk had in 1867 zo’n plechtigheid niet plaatsgevonden. Nu reist kardinaal Simonis naar Joppe om samen met pastoor Grondhuis de kerk plechtig in te zegenen. Die is afgeladen vol, in een tent op het gazon hangen beeldschermen. Als belangrijk onderdeel van de inwijding mag de Harfsense aannemer Bertus Haarman de relikwieën in het altaar inmetselen. Het gaat om in een zilver omhulsel gevatte gebeenten van een aantal martelaren. Haarman, van kinds af aan een trouwe parochiaan, zal het zeer ter harte gaan als die relikwieën worden verwijderd als er straks in zijn Onze Lieve Vrouw Tenhemelopnemingskerk geen erediensten meer mogen worden gehouden.