De huidige kerk van Almen dateert vermoedelijk uit de veertiende eeuw. Ze heeft dus al veel gezien en gehoord. De kerk van Almen is een schatkamer van vertellingen en roddels. Zo is er het verhaal over meester Zegewyn Hartyser die de klok vervaardigde die in 1516 in de toren komt te hangen, maar daarvoor tot zijn grote woede niet wordt betaald. Ruim honderd jaar later, in 1645, overkomt klokkengieter Franciscus Hemony iets soortgelijks. Ook aan hem voldoen de gelovigen uit Almen en Harfsen hun schuld niet.
Tot 1829 wordt er nog begraven rondom de kerk. Maar onder anderen de heren van de Ehze en hun familie liggen niet begraven in de kerk. Ze laten zich bijzetten in een crypte onder de kerkvloer. Die wordt in 1700 gebouwd in opdracht van Christiaan Carel Vrijheer van Lintelo, feitelijk de eigenaar van de kerk. In de Westmuur en Oostmuur van de kerk zie je kleine getraliede openingen die zorgen voor een conserverende luchtstroom in de grafkelder. Maar restauratie is wel dringend gewenst.
Dat de kerk van Almen nogal beroemd is, komt door dichter en landbouwkundige A.C.W. Staring. Met zijn in 1820 verschenen ‘Eene Zutphensche Vertelling’ legt hij een stevig fundament onder het repertoire aan Almense volksverhalen. In zijn gedicht vertelt hij over de Hoofdige Boer die niet over een nieuwe brug wil lopen om naar de kerk te gaan, en refereert hij aan de Heks van Almen. Aleyda, de ongehuwde echtgenoot van de pastoor, wordt in 1472 op de brandstapel gezet. Dankzij de beginregels van de fabel weet iedereen ‘waar ’t Almensch Kerkje staat, en kent de laan, die derwaart gaat’.

In de kerk staat een bijzonder doopvont van Bentheimer zandsteen. Het doopbekken rust op vier kolommen en dateert uit de elfde eeuw. Stond het eerder in een voorganger van de huidige kerk? In ieder geval is het ook aan dichter Staring te danken dat dit historische cultuurgoed weer een ereplaats heeft gekregen in de kerk nadat het in 1834 wordt opgegraven bij een verbouwing van het kerkportaal.
In 1967 wordt het interieur van de kerk ingrijpend vernieuwd, waarbij onder andere de opstelling van de banken verandert en de kansel wordt verplaatst. In 1996 wordt een gebrandschilderd raam geplaatst met de voorstelling van Christus in de Hof van Gethsemane. Het is gemaakt door glazenier J.M. Germanis uit Zutphen naar een ontwerp van de schilderes Jeanne Bieruma Oosting die jarenlang in Almen heeft gewoond. Het raam is geschonken door de gemeente Gorssel als eerbetoon aan de schilderes.
Een bekende voorganger, wiens naam onlosmakelijk is verbonden met de kerk, is dominee Gerard Anne Pasma. In de Tweede Wereldoorlog laat hij zijn anti-Duitse gezindheid openlijk blijken. Hij wordt op 7 oktober 1944 gearresteerd en hij overlijdt op 22 april 1945 in Wöbbelin, drie weken na de bevrijding van Almen. In de zuidelijke muur van de kerk is een gedenksteen gemetseld ter nagedachtenis aan hem.